Professionele aanpak
Zijn Nederlanders zoveel guller dan Belgen? Zij geven jaarlijks in elk geval 2,5 maal zoveel uit aan het goede doel als de Belgen. Een organisatie met honderdduizend donateurs is in Nederland een gemiddelde club, in België een gigant. Op het gebied van bijvoorbeeld erfenissen en legaten halen wij in België slechts één twintigste op van wat onze noorderburen incasseren. Zijn Nederlanders dan zoveel guller? Wellicht niet, want waar zou die “gierige Hollander” dan vandaan komen? Dé verklaring voor het succes in fondsenwerving in onze buurlanden (vooral Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen) is zonder twijfel de professionalisering. In die landen heeft het goede doel (van Unicef en Greenpeace tot de lokale speelpleinwerking) haar fondsenwerving al twintig jaar geleden geprofessionaliseerd en dat heeft haar alvast geen windeieren gelegd.
Omdat we er vanuit gaan dat de Belgen dus niet meer of minder vrijgevig zijn, gaan we er ook vanuit dat goede doelen die hun fondsenwerving professioneel organiseren daar ook de vruchten van kunnen plukken. We zien in veel gevallen dat de meest succesvolle organisaties in ons land onderdeel zijn van een grote internationale organisatie, waardoor ze kennis, training en voorbeelden uit het buitenland kunnen betrekken in hun lokale werking.
Er is echter, om tal van redenen, geen uitwisseling van informatie en overdracht van kennis tussen de marktleiders onderling, laat staan tussen hen en de andere kleinere organisaties. Op die manier worden telkens weer dezelfde fouten gemaakt, dit meestal op kosten van de donateurs. Ook de buitenwacht, de sponsors, de banken, het bedrijfsleven, media en overheid zijn het stilaan beu om steeds weer dezelfde vragen te krijgen om individuele goede doelen hun steun te verlenen.
Er is dus een enorme nood aan kennis, uitwisselen van ervaring en case studies, internationale contacten, belangenverdediging, contacten met sponsors en overheden, het creëren van een omgeving waarin filantropie kan bloeien, … Allemaal elementen die belangrijk zijn voor een duurzame professionele fondsenwerving. Ook de contacten met bestaande kenniscentra en initiatieven in het buitenland zijn van groot belang. Er zijn er al genoeg die telkens opnieuw het warm water uitvinden.